ECLI:NL:RVS:2018:2597
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 7 september 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 juli 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om uitzetting te schorsen en opvang en verstrekkingen te bieden tijdens het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Deze beslissing is genomen door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, en mr. E.R. Fernandez, griffier, en uitgesproken op 31 juli 2018.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.