ECLI:NL:RVS:2018:2605

Raad van State

Datum uitspraak
11 juli 2018
Publicatiedatum
7 augustus 2018
Zaaknummer
201709740/3/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
  • J.J. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming stukken in hoger beroep vreemdelingenzaak wegens bronbescherming

In deze zaak stelde een vreemdeling hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De minister van Buitenlandse Zaken overhandigde vertrouwelijke stukken die ten grondslag liggen aan een individueel ambtsbericht en verzocht op grond van artikel 8:29 Awb Pro dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kennis mag nemen van deze stukken.

De Afdeling moest afwegen tussen het belang van de vreemdeling om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van de bronnen, onderzoeksmethoden en de persoonlijke levenssfeer van derden. De minister voerde aan dat openbaarmaking de bronbescherming en privacy ernstig zou schaden.

De Afdeling oordeelde dat de belangen van de minister zwaarder wegen dan het belang van de vreemdeling om kennis te nemen van de stukken. Daarom werd het verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen, waarmee alleen de Afdeling zelf de vertrouwelijke stukken mag inzien.

Deze beslissing waarborgt de bescherming van gevoelige informatie en methoden binnen vreemdelingenprocedures, terwijl het recht op een zorgvuldige behandeling van het hoger beroep wordt gerespecteerd.

Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen, zodat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak deze stukken mag inzien.

Uitspraak

201709740/3/V1.
Datum beslissing: 11 juli 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 10 november 2017 in zaak nr. 15/21619 in het geding tussen:
[appellant]
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 10 november 2017 in zaak nr. 15/21619. De minister van Buitenlandse Zaken heeft de stukken die ten grondslag liggen aan het individueel ambtsbericht van 31 augustus 2016, kenmerk BAK160303.0009, overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft de volgende stukken:
1. een memorandum van 3 maart 2016 van het Cluster Ambtsberichten aan de Chef de Poste van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Bakoe;
2. een ongedateerd onderzoeksverslag met bijlagen.
Overwegingen
1.    De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen.
2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.    Naar het oordeel van de Afdeling wegen de door de minister aangevoerde redenen zwaarder dan het belang dat de vreemdeling kennis neemt van de stukken. De minister heeft terecht gewezen op de grote belangen van bronbescherming, de bescherming van bij het onderzoek gehanteerde methoden en technieken, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een derde die niet bij het onderzoek is betrokken en het voorkomen van onevenredige benadeling.
4.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe;
Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Verweij, griffier.
w.g. Van Eck    w.g. Verweij
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2018