ECLI:NL:RVS:2018:2614
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring en toetsing asielaanvragen Dublinoverdracht Italië
De staatssecretaris heeft op 4 oktober 2017 besloten om de asielaanvragen van de vreemdelingen niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen niet-ontvankelijk wegens het te laat indienen van beroepsgronden in het digitale systeem Mijn Rechtspraak.
De vreemdelingen stelden dat zij op de uiterste dag van de hersteltermijn meerdere pogingen hadden gedaan om de beroepsgronden in te dienen, maar dat technische problemen dit verhinderd hadden. Een technisch onderzoek bevestigde dat de gemachtigde actief was op de indieningspagina, maar niet duidelijk was of de stukken daadwerkelijk waren ingediend. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de technische problemen niet aan de vreemdelingen konden worden tegengeworpen.
Inhoudelijk werd het beroep ongegrond verklaard. De Raad van State oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht werd toegepast en dat de Italiaanse autoriteiten passende opvang en bescherming bieden, ook gelet op de minderjarige kinderen. De individuele omstandigheden, waaronder een vermeend risico door een familielid en de psychische gesteldheid van vreemdeling 1, waren onvoldoende aannemelijk gemaakt om de overdracht aan Italië te verhinderen.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.002,00 voor de vreemdelingen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beroepen inhoudelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de besluiten tot niet-behandeling van de asielaanvragen blijven in stand.