ECLI:NL:RVS:2018:262
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 16 november 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond op 29 december 2017. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het verzoek om uitzetting te voorkomen totdat op het hoger beroep is beslist. Gelet op eerdere jurisprudentie en de omstandigheden van het geval, werd het verzoek toegewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt voor professionele rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 24 januari 2018 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier S. Yildiz. De vreemdeling mag gedurende de behandeling van het hoger beroep niet worden uitgezet en behoudt recht op opvang en verstrekkingen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.