ECLI:NL:RVS:2018:2625
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag over eerste kwartaal 2015 wegens niet voldoen aan arbeidsinschakelingseis
De Belastingdienst/Toeslagen berekende definitief de kinderopvangtoeslag over 2015 en vorderde het teveel betaalde terug van appellant. Na bezwaar stelde de Belastingdienst het recht op toeslag vast op €7.299,00 met nog een bedrag van €1.087,00 aan appellant toekomend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat haar partner een uitkering had zonder een arbeidsinschakelingstraject te volgen, zoals vereist in artikel 1.6, derde lid, aanhef en onder b van de Wkkp.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat vanwege de psychische klachten van haar partner een uitzondering op de regels moest worden gemaakt. De rechtbank wees erop dat de Wkkp geen uitzonderingen op deze eis kent en dat voor sociaal-medische indicatie kinderopvang de gemeente verantwoordelijk is. De gemeente weigerde echter terugwerkende bijzondere bijstand voor 2015.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor dit systeem zonder uitzonderingsmogelijkheden binnen de Wkkp. Ondanks begrip voor de situatie van appellant, is de afwijzing van het recht op kinderopvangtoeslag voor de eerste drie maanden van 2015 terecht. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van kinderopvangtoeslag over januari tot en met maart 2015 bevestigd.