ECLI:NL:RVS:2018:263
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 2 juni 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 13 december 2017 ongegrond. Tegen dit vonnis stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat het hoger beroep is beslist, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €501,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel op 24 januari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.