ECLI:NL:RVS:2018:2653
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugbetalingsplicht lening inburgeringscursus ondanks verhuizing en overgangsrecht
Appellant kreeg in 2012 een verblijfsvergunning en volgde een inburgeringscursus waarvoor zij een lening ontving. De minister bepaalde dat appellant deze lening vanaf september 2016 moest terugbetalen. Appellant betwistte dit, stellende dat zij de cursus tijdig had afgerond en dat de lening omgezet had moeten worden in een gift.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht had besloten tot terugvordering, omdat appellant onder het overgangsrecht viel en het nieuwe recht met kwijtschelding niet op haar van toepassing is. Tevens faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan.
In hoger beroep bevestigde de Raad van State dit oordeel. De overgangsregeling bepaalt dat appellant het oude recht blijft volgen, waarbij kwijtschelding niet mogelijk is. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, omdat het besluit van het college geen toezegging over kwijtschelding van de lening inhield en het college daartoe niet bevoegd was.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat appellant de lening voor de inburgeringscursus moet terugbetalen en wijst het hoger beroep af.