ECLI:NL:RVS:2018:2657
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit en herroeping last onder dwangsom wegens onjuiste vergunningplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens het aanbrengen van een betonverharding op de inrit van zijn perceel zonder omgevingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het invorderingsbesluit niet-ontvankelijk wegens verjaring en oordeelde dat appellant geen belang meer had bij het handhavingsbesluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat appellant wel procesbelang heeft bij het beroep tegen het handhavingsbesluit, omdat hij vergoeding van gemaakte kosten heeft gevraagd en het besluit niet is herroepen. De Afdeling beoordeelt vervolgens inhoudelijk dat de aangebrachte verharding, ondanks het gebruik van een wapeningsnet, geen bouwwerk is omdat het wapeningsnet geen constructieve functie heeft en de verharding niet direct of indirect met de grond verbonden is als constructie.
Daarmee is geen omgevingsvergunning vereist en was het college onbevoegd om handhavend op te treden. De Afdeling vernietigt het handhavingsbesluit en herroept de last onder dwangsom. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit en de last onder dwangsom worden vernietigd en herroepen omdat geen omgevingsvergunning vereist is.