ECLI:NL:RVS:2018:2658
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhaving gebruik horecagelegenheid Boxmeer
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer wees een verzoek tot handhaving af tegen het gebruik van een horecagelegenheid voor openbare feesten, die in strijd waren met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van de verzoeker gegrond, vernietigde het besluit en legde een last onder dwangsom op aan de exploitant.
Het college en de exploitant gingen in hoger beroep omdat de rechtbank volgens hen ten onrechte zelf in de zaak had voorzien en de bestuurlijke afwegingsruimte had miskend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd is om zelf een last onder dwangsom op te leggen en dat deze bevoegdheid primair bij het college ligt.
Daarnaast is het gebruik van de horecagelegenheid inmiddels gelegaliseerd door een nieuw paraplubestemmingsplan en is een omgevingsvergunning verleend. Daarom laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit van het college in stand. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het het dwangsombesluit betreft, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het dwangsombesluit betreft, maar de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit blijven in stand.