ECLI:NL:RVS:2018:267
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 15 september 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 december 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde of het hoger beroep tijdig was ingediend. De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt een week en vangt aan de dag na de verzending van de uitspraak van de rechtbank, die op 13 december 2017 digitaal ter beschikking werd gesteld. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 22 december 2017 ontvangen, wat buiten de termijn viel.
De gemachtigde voerde aan dat de vreemdeling geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en dat hij pas na mededeling tijdens de zitting over de termijn van vier weken contact opnam om het hoger beroep in te stellen. De Raad van State oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van de vreemdeling is om bereikbaar te zijn voor zijn gemachtigde en dat het zwervend bestaan van de vreemdeling daaraan niet in de weg staat.
Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.