ECLI:NL:RVS:2018:2680
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van geldige grieven tegen vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd bij besluit van 6 juni 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 juli 2018 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde het hogerberoepschrift aan de hand van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat vereist dat het hoger beroep één of meer grieven bevat tegen de uitspraak van de rechtbank. Deze grieven moeten duidelijk aangeven welke onderdelen van de uitspraak worden bestreden en op welke gronden.
Uit de beoordeling bleek dat het hogerberoepschrift deels slechts herhalingen bevatte van standpunten die reeds in eerste aanleg waren behandeld en deels nieuwe argumenten die niet in eerste aanleg waren ingebracht. Dit is niet toegestaan volgens artikel 85, waardoor het hoger beroep niet voldoet aan de formele vereisten.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, op 7 augustus 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van geldige grieven.