ECLI:NL:RVS:2018:2692
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep asielaanvraag
De staatssecretaris heeft op 3 april 2017 de aanvragen van drie vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juli 2018 de beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350), en wijst het verzoek toe.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 9 augustus 2018 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.