ECLI:NL:RVS:2018:2705
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor bestaand bedrijfsgebouw ondanks bezwaar omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verleende een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor de legalisering van een deel van een bedrijfsgebouw op een perceel te Nieuw-Vennep. Dit gebouw was in 1978 gedeeltelijk zonder vergunning gebouwd. De buurman, appellant, die op het aangrenzende perceel woont, maakte bezwaar tegen de vergunning omdat hij zelf een bouwplan heeft dat niet wordt toegestaan.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit van het college wegens ondeugdelijke motivering over de oppervlakte van het gebouw, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het gebouw als bestaand bouwwerk binnen het bestemmingsplan viel.
In hoger beroep betoogde appellant dat het gebouw niet als bestaand bouwwerk kon worden aangemerkt omdat het zonder vergunning was gebouwd en dat het bouwplan het maximale bebouwingspercentage zou overschrijden. De Raad van State oordeelde dat de definitie van bestaand bouwwerk ook bouwwerken omvat die zonder vergunning zijn gebouwd, mits zij op de datum van het ontwerpbestemmingsplan aanwezig waren. Het gebouw viel daarmee onder het bestemmingsplan en de vergunning was terecht verleend.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.