ECLI:NL:RVS:2018:2712
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit
Appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar de minister van Veiligheid en Justitie wees dit verzoek op 1 augustus 2016 af. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond, waarna de rechtbank Rotterdam het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaarde. Appellant stelde dat hij zijn identiteit en nationaliteit voldoende had aangetoond met documenten van Sierra Leoonse autoriteiten, maar de staatssecretaris betwijfelde de juistheid van deze documenten.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het aan appellant is om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen en dat de staatssecretaris bevoegd is om bewijs te verlangen en de juistheid van documenten te beoordelen. Uit eerdere uitspraken bleek dat de opgegeven geboortedatum van appellant niet kan kloppen en dat het paspoort zonder deugdelijke identificatie is verkregen. De rechtbank had dit gemotiveerd vastgesteld en de Afdeling onderschreef dit oordeel.
Het beroep op bewijsnood werd te laat gedaan en bleef onbesproken. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt bevestigd.