ECLI:NL:RVS:2018:2759
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verlenging inburgeringstermijn wegens onvoldoende medische gronden
De minister heeft het verzoek van appellante om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen op basis van medische adviezen waaruit bleek dat zij gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden geen onderwijs kon volgen. Appellante stelde dat deze adviezen onzorgvuldig waren en niet alle relevante medische informatie bevatten, waaronder verklaringen van haar huisarts, orthopedisch chirurg en fysiotherapeut.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de minister zich zorgvuldig heeft vergewist van de inhoud en totstandkoming van de deskundigenadviezen, conform de vereisten van artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De nieuwe medische verklaringen van appellante konden de conclusies van de medisch adviseur niet weerleggen, omdat zij niet stelden dat zij gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden geen onderwijs kon volgen.
De medisch adviseur heeft bovendien de nieuwe verklaringen beoordeeld en zag geen aanleiding tot aanpassing van zijn eerdere adviezen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot verlenging van de inburgeringstermijn wordt bevestigd.