ECLI:NL:RVS:2018:2796
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging persoonsgegevens in de basisregistratie personen
Appellant verzocht het college om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (BRP), waarbij zij stelde dat haar geboorteplaats en nationaliteit onjuist waren geregistreerd. Het college wees dit verzoek af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet onomstotelijk had aangetoond dat de in de BRP opgenomen gegevens onjuist waren. Hoewel appellant documenten overlegde zoals een Ghanese geboorteakte en paspoort, maakte zij niet aannemelijk dat deze documenten op haar betrekking hadden. Ook de verklaring van de Togolese ambassade bracht niet overtuigend aan het licht dat zij niet de Togolese nationaliteit had.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank en het college een te hoge bewijsstandaard hanteerden en dat een lichtere toetsing passend was. De Raad van State overwoog dat de betrouwbaarheid van de BRP gewaarborgd moet blijven en dat wijziging alleen kan plaatsvinden indien onomstotelijk vaststaat dat de gegevens onjuist zijn. De Raad vond dat appellant niet had voldaan aan deze bewijsstandaard en bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot wijziging van persoonsgegevens in de BRP wordt bevestigd.