ECLI:NL:RVS:2018:2797

Raad van State

Datum uitspraak
22 augustus 2018
Publicatiedatum
22 augustus 2018
Zaaknummer
201707398/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing omzettingsvergunning woning Utrecht

Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een omzettingsvergunning voor een woning aan een locatie in Utrecht, bedoeld als huisvesting voor zijn studerende dochter en medestudenten. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze aanvraag op 25 juli 2016 af, waarna bezwaar en beroep ongegrond werden verklaard.

Appellant stelde in hoger beroep dat thans geen vergunning meer vereist is vanwege een gestegen WOZ-waarde van de woning boven € 305.000, waardoor de Huisvestingsverordening niet langer van toepassing zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat voor een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep een actueel en reëel belang vereist is.

Appellant gaf aan dat nog wel een omgevingsvergunning nodig is voor kamerverhuur, maar de mogelijke weigering daarvan is onvoldoende om het vereiste belang aan te nemen. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel en reëel belang.

Uitspraak

201707398/1/A3.
Datum uitspraak: 22 augustus 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 8 augustus 2017 in zaak nr. 17/938 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Procesverloop
Bij besluit van 25 juli 2016 heeft het college een aanvraag van [appellant] om een omzettingsvergunning voor de woning aan de [locatie] te Utrecht afgewezen.
Bij besluit van 31 januari 2017 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 8 augustus 2017 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 augustus 2018, waar [appellant] is verschenen.
Overwegingen
1.    [appellant] heeft de woning aan de [locatie] te Utrecht gekocht als huisvesting van zijn studerende dochter en drie medestudenten. Hij heeft het college gevraagd een vergunning te verlenen voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen. Het college heeft meer gewicht toegekend aan het belang om, met het oog op de leefbaarheid, de samenstelling van de woonruimtevoorraad te behouden dan aan het belang van [appellant] bij verkrijging van een omzettingsvergunning.
2.    Ter zitting bij de Afdeling heeft [appellant] naar voren gebracht dat thans geen vergunning meer is vereist voor het omzetten van de woning aan de [locatie] van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. De bepalingen in de Huisvestingsverordening over onder meer omzettingsvergunningen zijn alleen van toepassing op gebouwen die woonruimten bevatten met een WOZ-waarde lager dan € 305.000,00. Inmiddels is de WOZ-waarde van de woning aan de [locatie] hoger dan € 305.000,00.
Voor inhoudelijke beoordeling van een hoger beroep is vereist dat de indiener ervan er een actueel en reëel belang bij heeft. Gevraagd naar zijn belang heeft [appellant] te kennen gegeven dat nog wel een omgevingsvergunning vereist is voordat de woning voor kamerverhuur mag worden gebruikt en dat hij denkt dat de leefbaarheid ook voor die vergunning een afwijzingsgrond is. De mogelijke weigering van de omgevingsvergunning, waarvoor een ander toetsingskader geldt, is echter onvoldoende om een actueel en reëel belang bij de beoordeling van het hoger beroep over de omzettingsvergunning aan te nemen.
3.    Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Herweijer
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2018
640.