ECLI:NL:RVS:2018:2825
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 februari 2018 aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en tegen hen een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 maart 2018 hun beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen hebben zij hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en zij gedurende die periode opvang en verstrekkingen ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek toewijsbaar is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorlopige voorziening voorkomt de uitzetting van de vreemdelingen totdat het hoger beroep is afgerond, waarmee hun rechtspositie wordt beschermd gedurende de procedure.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op hun hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.