ECLI:NL:RVS:2018:2827
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar zijn niet tijdig in het bezit van het griffierecht gekomen. Zij werden op 9 mei 2018 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht. Na het uitblijven van betaling ontvingen zij op 11 juni 2018 een aanmaning met een uiterste betaaldatum van 9 juli 2018.
De betaling werd pas op 25 juli 2018 ontvangen, wat na de gestelde termijn was. De gemachtigde van appellanten gaf aan dat een hackaanval op zijn computer en daaropvolgende blokkade van bankrekeningen de betaling vertraagde. De Raad van State oordeelde echter dat dit geen rechtvaardiging is voor het te laat voldoen van het griffierecht, mede omdat alternatieve betaalmogelijkheden waren aangegeven.
Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 21 augustus 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.