ECLI:NL:RVS:2018:2875
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen last onder dwangsom kampeermiddelen
Het college van burgemeester en wethouders van Veere heeft aan appellant B een last onder dwangsom opgelegd om jaarlijks buiten het kampeerseizoen alle kampeermiddelen, behalve vijf vaste kampeermiddelen, te verwijderen en verwijderd te houden. Appellant B en de vennootschap, exploitant van de camping, maakten bezwaar tegen deze besluiten, die door het college echter niet-ontvankelijk werden verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het ontbreken van belanghebbendheid.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond en het beroep tegen het besluit tot niet-invordering van dwangsommen niet-ontvankelijk. In hoger beroep betoogden appellant B en de vennootschap onder meer dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar was vanwege misleiding door een wethouder en dat de vennootschap wel belanghebbende was. Tevens werd betwist dat de brieven van het college geen besluiten waren.
De Raad van State oordeelt dat het bezwaar tegen het besluit van 13 januari 2015 terecht niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn en dat de vennootschap geen belanghebbende is bij de last onder dwangsom die aan appellant B is opgelegd. Verder bevestigt de Raad dat de brieven van 16 november en 23 december 2015 geen zelfstandige besluiten zijn, maar slechts herinneringen aan de last onder dwangsom. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.