ECLI:NL:RVS:2018:2893
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 4 juli 2018 aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten op 9 augustus 2018 ongegrond. De vreemdelingen stelden hiertegen hoger beroep in en verzochten de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om niet-uitzetting en het bieden van opvang en verstrekkingen gedurende de beroepsprocedure toewijsbaar is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De Raad van State bepaalde dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, waarmee de rechtspositie van de vreemdelingen tijdens de beroepsprocedure wordt beschermd.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op hun hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.