ECLI:NL:RVS:2018:2911
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten college Utrecht inzake handhaving airconditioners dak Vredenburg 9B
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees verzoeken van twee appartementseigenaren af om handhavend op te treden tegen de plaatsing van airconditioners op het dak van een gebouw aan Vredenburg 9B. Het college oordeelde dat geen overtreding had plaatsgevonden en dat de plaatsing stedenbouwkundig acceptabel was. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
De eigenaren stelden echter dat de airconditioners niet conform de omgevingsvergunning waren geplaatst en dat het college ten onrechte handhaving weigerde. De Raad van State stelde vast dat de airconditioners niet volgens de vergunning in twee gelijke rijen waren geplaatst en dat de bouwhoogte met de airconditioners de maximale bouwhoogte van het bestemmingsplan overschreed. De gereedmelding en de instemming van de bouwinspecteur legaliseerden deze afwijkingen niet.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was handhavend op te treden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afzagen van handhaving rechtvaardigden. De belangen van omwonenden bij behoud van uitzicht waren onvoldoende betrokken. De besluiten van het college en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het college werd opgedragen opnieuw te beslissen, met de mogelijkheid van beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van het college worden vernietigd, met de verplichting tot hernieuwde besluitvorming.