ECLI:NL:RVS:2018:2953
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- H. Bolt
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over huurtoeslag bij betaling via studielening
Appellant, studerend aan de Hogeschool van Amsterdam, vroeg huurtoeslag aan voor een woning in Amsterdam. De Belastingdienst wees de aanvraag af omdat appellant niet had aangetoond dat hij zelf de huurkosten had voldaan in de periode van 12 maart 2015 tot en met 30 april 2016. De rechtbank bevestigde dit standpunt en wees op het uitgangspunt dat de huurkosten van de bankrekening van de aanvrager moeten zijn afgeschreven.
Appellant stelde dat de huurkosten weliswaar niet van zijn eigen bankrekening werden afgeschreven, maar dat deze kosten wel door hem werden gedragen via een geldleningsovereenkomst met een derde persoon. Hij gaf volledige inzage in zijn financiële situatie, waaronder de leningsovereenkomst en betalingsgegevens.
De Belastingdienst handhaafde het standpunt dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij zelf de huurkosten droeg. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant voldoende bewijs had geleverd dat de huurkosten via de lening volledig door hem werden gedragen en dat er geen aanwijzingen waren voor fraude.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Belastingdienst, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar kan worden genomen waartegen alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst wordt vernietigd omdat appellant voldoende heeft aangetoond dat hij de huurkosten zelf droeg via een geldlening.