ECLI:NL:RVS:2018:2957
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij vaststelling 1e partiële wijziging Natuurbeheerplan 2017
Het geschil betreft de vraag of appellant belanghebbende is bij het besluit van 12 december 2016 tot vaststelling van de 1e partiële wijziging van het Natuurbeheerplan 2017 door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit omdat hij een ander natuurbeheertype wilde laten opnemen voor een perceel nabij zijn agrarisch bedrijf. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant niet de eigenaar of pachter van het perceel was en daardoor geen rechtstreeks belang had.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen belanghebbende was omdat zijn eigen percelen niet in het plan waren opgenomen en hij geen aanspraak kon maken op subsidie. Ook zijn beroep dat het college niet op zijn zienswijze had gereageerd werd afgewezen. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn belang wel rechtstreeks was vanwege mogelijke gevolgen voor de wildstand en zijn potentiële eigendom van het perceel.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Alleen eigenaren of pachters van percelen binnen het plan of zij die betogen dat hun percelen ten onrechte niet zijn opgenomen, zijn belanghebbenden. Appellant was op het moment van besluit geen eigenaar of erfpachter en had geen overeenkomst tot aankoop gesloten. Zijn jachtrechten werden niet aangetast en zijn zienswijze behoefde daarom geen inhoudelijke behandeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd omdat appellant geen belanghebbende is bij het besluit.