ECLI:NL:RVS:2018:2982
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik bedrijfswoning als burgerwoning
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning om een bedrijfswoning op een perceel te gebruiken als burgerwoning, hetgeen in strijd is met het geldende bestemmingsplan "Bedrijventerreinen" dat het gebruik als bedrijfswoning voorschrijft. Het college heeft de aanvraag geweigerd en dit besluit is door de rechtbank bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat het college de vergunning in redelijkheid mocht weigeren, mede omdat het gebruik als burgerwoning de uitbreidingsmogelijkheden van omliggende bedrijven zou beperken en het woon- en leefklimaat niet gegarandeerd kan worden. Appellant stelde dat geluidshinder geen verschil maakt tussen bedrijfs- en burgerwoning en dat het bedrijventerrein volledig bebouwd is, waardoor zwaardere bedrijvigheid niet waarschijnlijk is.
De Raad van State overweegt dat het college beleidsruimte heeft en terecht heeft aangesloten bij de uitgangspunten van het bestemmingsplan, dat de bedrijfsfunctie als hoofdzaak ziet en nieuwe gevoelige functies zoals woningen niet toestaat. Het college mocht het besluit baseren op het niet gegarandeerde woon- en leefklimaat en de beperkingen voor bedrijven. Het betoog van appellant over het gebruik van vergelijkbare woningen in de nabijheid faalt vanwege verschillen in planologische bestemming.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.