ECLI:NL:RVS:2018:2999
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris heeft op 20 maart 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen, hem opgedragen Nederland te verlaten en een inreisverbod van drie jaar opgelegd. Op 7 november 2017 werd het inreisverbod verkort naar twee jaar, waarbij de grondslag van openbare orde werd losgelaten. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris niet heeft toegelicht op welke grond het inreisverbod van twee jaar is gebaseerd, waardoor de motivering onvoldoende is. Dit leidt tot vernietiging van het besluit tot inreisverbod en gegrondverklaring van het beroep tegen dit besluit. Voor het overige wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.503,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 13 september 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.