ECLI:NL:RVS:2018:3033
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling kinderopvangtoeslag wegens grove schuld
Appellante ontving in 2014 voorschot kinderopvangtoeslag voor drie kinderen, terwijl slechts één kind twee maanden gebruik maakte van opvang. De Belastingdienst stelde vast dat appellante €13.262,00 moest terugbetalen. Appellante verzocht om een persoonlijke betalingsregeling, maar dit werd afgewezen wegens grove schuld, omdat zij naliet de toeslag stop te zetten terwijl zij wist dat zij er geen recht op had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellante voerde aan dat de status van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst/Toeslagen onduidelijk is en dat enkel onzorgvuldigheid onvoldoende is voor grove schuld, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Afdeling oordeelde dat appellante ernstig nalatig was en willens en wetens nagelaten heeft de toeslag stop te zetten, ondanks kennis van de onjuistheid van de gegevens. Hierdoor is sprake van een in laakbaarheid aan opzet grenzende onachtzaamheid, wat grove schuld oplevert. De afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling blijft daarom in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling blijft in stand wegens grove schuld.