ECLI:NL:RVS:2018:3048
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Geen belanghebbende bij aanvraag omgevingsvergunning voor vellen gemeentelijke boom
Appellant verzocht het college om een bestuurlijk rechtsoordeel of een omgevingsvergunning vereist is voor het vellen van een boom op gemeentegrond achter haar perceel in Boxmeer. Zij vroeg tevens om een vergunning indien noodzakelijk. Het college stelde dat appellant geen belanghebbende was en liet haar verzoek buiten behandeling. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing ontvankelijk maar ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat zij wel belanghebbende was, omdat de boom overlast veroorzaakte en zij de boom wilde vellen. De Raad van State overwoog dat de boom eigendom is van de gemeente en dat het niet aannemelijk is dat appellant de boom kan vellen, waardoor zij geen belanghebbende is bij de aanvraag van de vergunning. Hierdoor was het college terecht haar verzoek buiten behandeling gelaten.
Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar ongegrond was. De Raad van State oordeelde dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het verzoek geen aanvraag is in de zin van de Awb. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het vellen van de boom.