ECLI:NL:RVS:2018:305
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag 2015 wegens onvoldoende betalingsbewijs
Appellant heeft voor de opvang van zijn drie kinderen gastouderopvang via een gastouderbureau gebruikt en voor 2015 kinderopvangtoeslag aangevraagd. De Belastingdienst/Toeslagen wees de aanvraag af omdat niet uit de bankafschriften bleek dat alle factuurkosten van januari tot en met augustus waren betaald en de urenlijsten niet overeenkwamen met het werkplan van de partner.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij de volledige kosten had voldaan. Appellant stelde in hoger beroep dat hij de volledige kosten van de eerste drie maanden had betaald en vanaf april de eigen bijdrage, met uitstel van betaling voor de rest vanwege betalingsonmacht.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de jaaropgaven niet betrouwbaar waren vanwege afwijkingen in uren en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hem uitstel van betaling was verleend. Daarom was er geen aanspraak op kinderopvangtoeslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderopvangtoeslag 2015 bevestigd.