ECLI:NL:RVS:2018:3057
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 22 augustus 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een aangewezen inzamelvoorziening was geplaatst. Appellante werd aangeslagen voor een deel van de kosten (€126,00) omdat de doos van haar afkomstig was en zij daarmee in strijd met de Afvalstoffenverordening handelde.
Appellante voerde aan dat zij niet verantwoordelijk kon worden gehouden omdat de papiercontainers overvol waren en de gemeente haar inzamelvoorzieningen niet tijdig had geleegd, wat volgens haar een tekortkoming van de gemeente was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante een eigen verantwoordelijkheid heeft om afval op juiste wijze aan te bieden, ook als containers vol zijn. Zij had het afval in een andere container moeten plaatsen of mee naar huis moeten nemen.
Verder wees de Afdeling erop dat het college duidelijk had gecommuniceerd wat te doen bij volle containers via de website en stickers op containers. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de kosten werden terecht gedeeltelijk bij appellante in rekening gebracht. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenbesluit bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.