ECLI:NL:RVS:2018:3059
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang wegens onjuiste afvalinzameling afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 13 november 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door appellante. Op 17 november 2017 stelde het college dit besluit schriftelijk vast en legde een deel van de kosten (€ 126,00) bij appellante neer. Appellante maakte bezwaar tegen dit kostenverhaal, dat door het college op 14 februari 2018 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de Raad van State.
De bestuursdwang bestond uit het verwijderen van een doos die naast een papiercontainer was aangetroffen met een adressticker van appellante. Hoewel appellante niet betwist dat de doos van haar afkomstig is, stelt zij dat haar man de doos correct heeft aangeboden en vermoedt zij dat iemand anders de doos uit de container heeft gehaald om eigen afval te storten. De Raad van State overweegt dat degene tot wie het afval kan worden herleid in principe als overtreder wordt beschouwd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat een ander de overtreding heeft begaan.
Appellante heeft dit niet aannemelijk gemaakt; haar vermoeden is onvoldoende. Het college mocht daarom de kosten van bestuursdwang op haar verhalen. De Raad van State benadrukt dat het bedrag geen boete betreft, maar een vergoeding van daadwerkelijk gemaakte kosten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.