ECLI:NL:RVS:2018:3069
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Lubberdink
- F.C.M.A. Michiels
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing inschrijving register klinisch neuropsychologen wegens onvoldoende belangenafweging
De zaak betreft het beroep van appellante tegen het besluit van de Commissie Registratie en Toezicht (CRT) om haar verzoek tot inschrijving in het register van klinisch neuropsychologen af te wijzen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde eerder een uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de CRT een belangenafweging moest maken volgens artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In het nieuwe besluit op bezwaar handhaafde de CRT de afwijzing, stellende dat het belang van appellante niet opweegt tegen het algemene belang van volksgezondheid en patiëntenbescherming, mede vanwege onvoldoende gelijkwaardigheid van haar kennis en vaardigheden met de huidige opleidingseisen. Appellante voerde onder meer aan dat zij niet is gehoord, dat haar persoonsgegevens onrechtmatig zijn gedeeld, en dat de CRT dwangsommen heeft verbeurd wegens te late besluitvorming.
De Afdeling oordeelde dat het horen niet verplicht was zoals betoogd, dat de gegevensverstrekking aan opleiders gerechtvaardigd was, en dat de belangenafweging door de CRT in redelijkheid kon worden gemaakt op basis van het advies van opleiders. Wel stelde de Afdeling vast dat de CRT het besluit op bezwaar niet tijdig had genomen en stelde zij de verbeurde dwangsom vast op €780. De overige bezwaren faalden en de afwijzing van het verzoek tot inschrijving bleef in stand.
De CRT werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, terwijl het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de verbeurde dwangsom van €780 wordt vastgesteld, maar het verzoek tot inschrijving blijft afgewezen.