ECLI:NL:RVS:2018:3072
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken naam indiener in hogerberoepschrift
De vreemdeling werd bij besluit van 18 augustus 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, dat op 3 september 2018 ongegrond werd verklaard. Tevens werd zijn verzoek om schadevergoeding afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het hogerberoepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het niet de naam van de indiener bevatte. De vreemdeling werd bij brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, met de waarschuwing dat bij uitblijven van herstel het hoger beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
De vreemdeling heeft het verzuim niet hersteld, waardoor het hoger beroep op grond van artikel 85, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet-ontvankelijk is verklaard. Er bestond geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de naam van de indiener in het hogerberoepschrift.