ECLI:NL:RVS:2018:3073
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 augustus 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag op 31 juli 2018 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De rechtbank bepaalde dat de staatssecretaris binnen acht weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en gaf daarom de voorlopige voorziening toe. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.