ECLI:NL:RVS:2018:3076
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op afgifte document rechtmatig verblijf voor vreemdeling als partner van EU-burger
De vreemdeling, Nigeriaanse nationaliteit, woont samen met haar partner, een langdurig ingezetene met Soedanese nationaliteit, en heeft een zoon met Franse nationaliteit. Zij vroeg om een document als bedoeld in artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarmee rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt aangetoond. De staatssecretaris wees dit verzoek af en stelde een inreisverbod in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vreemdeling en haar zoon niet over de middelen van haar partner kunnen beschikken. Jurisprudentie van het Hof van Justitie bevestigt dat het volstaat dat de bestaansmiddelen beschikbaar zijn, ongeacht de herkomst.
Verder heeft de staatssecretaris het bezwaar onjuist behandeld door de vreemdeling niet te horen terwijl het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De Afdeling vernietigt het besluit van 4 november 2016 en gelast een nieuw besluit waarbij het inkomen van de partner moet worden betrokken. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens onjuiste beoordeling van de bestaansmiddelen.