ECLI:NL:RVS:2018:3079
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing Wet natuurbescherming voor woningbouw Bloemendalerpolder
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 1 november 2017 ontheffing van verboden uit de Wet natuurbescherming voor de ontwikkeling van 2.750 woningen in de Bloemendalerpolder. De stichting Flora & Faunabescherming stelde beroep in tegen deze ontheffing, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond. De stichting verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om de werkzaamheden te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep niet aan de orde was in deze voorlopige voorziening en dat de belangenafweging centraal stond. De stichting vreesde aantasting van de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten zoals de heikikker en rugstreeppad, mede omdat compensatiegebieden nog niet optimaal functioneren.
Het college en GEM Bloemendalerpolder stelden dat de compensatiegebieden voldoende functioneren en dat de woningbouw dringend maatschappelijk belang dient. De voorzieningenrechter vond dat het belang van de woningbouw en de financiële belangen van GEM zwaarder wegen dan het belang van de stichting bij het staken van de werkzaamheden. De stichting had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gunstige staat van instandhouding op korte termijn zou worden aangetast.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontheffing Wet natuurbescherming voor woningbouw in de Bloemendalerpolder is afgewezen.