ECLI:NL:RVS:2018:3086
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing handhavingsverzoek garage wegens onvoldoende beoordeling afwijkingen
Het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht wees een verzoek tot handhaving af tegen een garage die volgens appellant niet conform de verleende omgevingsvergunning was gebouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte afzag van een volledige beoordeling van de vergunningafwijkingen.
De Afdeling stelde dat het college niet mocht volstaan met een marginale bouwtechnische toets en dat het ontbreken van een onherroepelijke vergunning geen reden was om handhaving uit te stellen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het college werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
Appellant vorderde tevens immateriële schadevergoeding wegens vermeende belastering en procedurele lasten, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de gestelde gedragingen niet onder de Awb-artikelen voor schadevergoeding vielen en appellant geen aantoonbare aantasting van haar eer of goede naam had bewezen.
Ten slotte werd het college veroordeeld tot vergoeding van beperkte proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 26 september 2018.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het verzoek om handhaving wordt opnieuw beoordeeld; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.