ECLI:NL:RVS:2018:3089
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 april 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 augustus 2018 niet-ontvankelijk verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep nog niet is beslist. Tevens is bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 21 september 2018 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. A.B.M. Hent, in aanwezigheid van griffier mr. P.A. de Vink.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.