ECLI:NL:RVS:2018:3138
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing plaatsing varend woonschip op wachtlijst ligplaatsen Leeuwarden
Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden wees het verzoek van appellant af om het varend woonschip op de wachtlijst voor een ligplaats te plaatsen, omdat het schip niet voldeed aan de redelijke eisen van welstand. De welstandscommissie had geadviseerd de aanvraag af te wijzen, omdat het schip geen nauwkeurige kopie van een historisch woonschip is. Appellant stelde in hoger beroep dat het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel waren geschonden en dat de rechtbank ten onrechte de toepasselijkheid van artikel 5.31.1 van de APV had bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast omdat dit verweer niet tijdig bij de rechtbank was ingebracht. Het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de vergelijking met andere schepen niet relevant is. De Afdeling bevestigde de uitleg van artikel 5.31.1 APV, dat het niet voldoen aan redelijke eisen van welstand een geldige grond is om een vergunning te weigeren en daarmee ook de plaatsing op de wachtlijst te weigeren. Ook het beroep op rechtszekerheid faalt omdat de tekst van de APV correct is toegepast.
Ten slotte werd het betoog dat de gewijzigde regeling van september 2017 van toepassing zou zijn verworpen, omdat deze niet terugwerkende kracht heeft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot plaatsing van het varend woonschip op de wachtlijst bevestigd.