ECLI:NL:RVS:2018:3156
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing voorlopige voorziening bestemmingsplan Heeswijkse Aa-Beemden
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde op 28 september 2018 het verzoek van verzoekster tot opheffing of wijziging van een eerder bij voorlopige voorziening uitgesproken schorsing van het bestemmingsplan "Heeswijkse Aa-Beemden". Dit bestemmingsplan, vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze, voorziet in een uitbreiding van het bedrijf van verzoekster op een aangrenzend perceel.
Bij eerdere uitspraak van 23 augustus 2017 was de schorsing van het bestemmingsplan uitgesproken omdat niet was uitgesloten dat artikel 6.10 van de Verordening ruimte 2014 in de weg stond aan de ontwikkeling. Verzoekster stelde dat de nadere motivering van de raad en het StAB-rapport milieutechnische belemmeringen uitsluiten en dat de schorsing daarom moet worden opgeheven of gewijzigd.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de raad onvoldoende overtuigend had aangetoond dat sprake is van een bestaande niet-agrarische functie zoals bedoeld in de Verordening ruimte 2014. De intensivering van het gebruik was niet relevant, maar de exacte omvang en status van het bedrijf vereisen nadere beoordeling in de bodemprocedure. De twijfel over de rechtmatigheid van het bestemmingsplan bleef bestaan, zodat de schorsing in stand bleef.
Daarnaast werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan partij. De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen motivering en toetsing van bestaande functies bij bestemmingsplannen binnen beschermde gebieden zoals de groenblauwe mantel.
Uitkomst: De voorlopige voorziening die het bestemmingsplan schorst blijft gehandhaafd; het verzoek tot opheffing wordt afgewezen.