ECLI:NL:RVS:2018:3163
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit bouwwerken en hondenhouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Bladel legde aan verzoeker dertien dwangsommen op om binnen zes weken tien bouwwerken op zijn perceel te verwijderen en het gebruik als hondenfokkerij en bedrijfsmatige verkoop en houden van honden en paarden te beëindigen. Verzoeker maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de paardenhouderij betrof.
Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Hij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat op het perceel bedrijfsmatig honden werden gehouden, gefokt en verkocht, en dat de bouwwerken onjuist waren gemeten en deels vergunningvrij waren. Ook stelde hij dat handhaving onevenredig en in strijd met motiverings-, zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de dwangsom voor de hondenhouderij reeds maximaal was ingevorderd en dat er geen spoedeisend belang bestond voor schorsing. Voor de bouwwerken was onvoldoende grond voor twijfel aan de rechtbankuitspraak, mede omdat de oppervlakte van de bouwwerken ruim boven de vergunningsvrije norm lag en het overgangsrecht geen legalisatie bood. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onvoldoende grond voor twijfel aan de rechtbankuitspraak.