ECLI:NL:RVS:2018:3167
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor tijdelijk terras Prins Hendrikplein
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 11 augustus 2016 een omgevingsvergunning aan partij A voor het tijdelijk inrichten van een deel van het Prins Hendrikplein als terras, geldig tot 14 augustus 2020. De Stichting Bewonersorganisatie Zeeheldenkwartier 'De Groene Eland' en andere appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 3 februari 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond op 13 november 2017.
De Stichting stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde bij mondelinge uitspraak op 25 september 2018 het oordeel van de rechtbank. De kern van het geschil betrof de vraag of het college bevoegd was de omgevingsvergunning te verlenen op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, in verbinding met artikel 4, aanhef en onder 11, van bijlage II van het Bor.
De Afdeling oordeelde dat het college de grondslag van de aanvraag niet heeft verlaten en dat het college bevoegd was de vergunning op deze grondslag te verlenen. Tevens werd geoordeeld dat de aangevoerde bezwaren op basis van de Drank- en Horecawet, de Beleidsregels vergunning terrassen Den Haag 2016 en de Algemene Plaatselijke Verordening niet tot vernietiging van de vergunning leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Stichting wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft van kracht.