ECLI:NL:RVS:2018:3179
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 23 juni 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 september 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. De vreemdeling vroeg om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen gedurende die periode.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Daarom is bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd op 1 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.