ECLI:NL:RVS:2018:3191
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens identiteitsfraude zonder belangenafweging
De burgemeester verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig omdat een derde zonder zijn medeweten een rijbewijs op zijn naam had aangevraagd met een andere foto. Appellant voerde aan slachtoffer te zijn van identiteitsfraude en betwistte de ongeldigverklaring.
De rechtbank oordeelde dat het rijbewijs van 2011 rechtsgeldig was vervallen door de afgifte van het nieuwe rijbewijs in 2014 en dat de burgemeester bij ongeldigverklaring wegens onjuiste gegevens geen ruimte heeft voor belangenafweging. Appellant had onvoldoende bewijs van identiteitsfraude geleverd.
In hoger beroep stelde appellant dat de gemeente nalatig was geweest in de controle en dat het vervallen van het oude rijbewijs niet automatisch mocht plaatsvinden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat het vervallen van het oude rijbewijs een rechtsgevolg is verbonden aan de uitreiking van het nieuwe en dat appellant geen actueel belang had bij het bezwaar.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.