ECLI:NL:RVS:2018:3217
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet-naleving inburgeringsplicht ondanks verzoeken tot vrijstelling en omstandigheden
Appellante kreeg een boete van €1.250 wegens het niet voldoen aan de inburgeringsplicht binnen de gestelde termijn. Zij voerde aan dat zij in de veronderstelling verkeerde vrijstelling te hebben vanwege een Surinaams getuigschrift en dat persoonlijke omstandigheden haar verblijf in Suriname verlengden, waardoor zij niet aan de cursus kon deelnemen.
De Raad van State oordeelde dat appellante tijdig op de hoogte was van haar plicht en dat het uitstel en de veronderstelling van vrijstelling aan haar eigen nalaten te wijten zijn. De minister en rechtbank hadden de omstandigheden meegewogen, maar deze rechtvaardigen geen verlenging van de termijn. Ook het betoog dat de termijn anders had moeten ingaan, werd verworpen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, waarmee de boete gehandhaafd blijft. Een beroep op financiële omstandigheden faalde wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: De boete van €1.250 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht wordt bevestigd.