ECLI:NL:RVS:2018:3219
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onterecht kwalificeren glycerinewater als afvalstof
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe legde Sunoil een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 10.39 van de Wet milieubeheer, omdat Sunoil geen begeleidingsbrief verstrekte bij het vervoer van glycerinewater, dat het college als afvalstof kwalificeerde.
Sunoil stelde dat het glycerinewater geen afvalstof is maar een bijproduct, en dat de last onder dwangsom daarom onterecht was opgelegd. De rechtbank Noord-Nederland wees het beroep van Sunoil af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de rechtbank niet bevoegd was om hierover te oordelen en vernietigde de uitspraak.
De Afdeling beoordeelde vervolgens zelf het beroep en oordeelde dat het glycerinewater voldoet aan alle criteria van artikel 5 van Pro de Kaderrichtlijn afvalstoffen om als bijproduct te worden aangemerkt. Het glycerinewater wordt zeker gebruikt, zonder verdere verwerking, als integraal onderdeel van het productieproces en het verdere gebruik is rechtmatig.
Daarom was het college niet bevoegd om op grond van artikel 10.39 Wm een last onder dwangsom op te leggen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt vernietigd omdat glycerinewater als bijproduct geldt en niet als afvalstof.