ECLI:NL:RVS:2018:3236
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 27 maart 2018 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 september 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Gezien de omstandigheden en de eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350) achtte de voorzieningenrechter het verzoek toewijsbaar. De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en behoudt gedurende die periode recht op opvang en verstrekkingen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van € 501,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 3 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.