ECLI:NL:RVS:2018:3240
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling bij hoger beroep asielvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 2 augustus 2018 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond op 6 september 2018. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij werd gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist en opvang en verstrekkingen te bieden, gegrond is. Hierbij werd verwezen naar een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350) die als jurisprudentiële leidraad diende.
De voorzieningenrechter bepaalde daarom dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak werd gedaan op 4 oktober 2018 door voorzieningenrechter C.J. Borman, in aanwezigheid van griffier J.E. Engelhart.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.