ECLI:NL:RVS:2018:3294
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van nihil vaststelling kinderopvangtoeslag 2008 en 2009 ondanks bezwaar en herzieningsverzoek
Appellante ontving voor de jaren 2008 en 2009 voorschotten kinderopvangtoeslag die door de Belastingdienst/Toeslagen later op nihil werden gesteld. Haar bezwaren en verzoeken om herziening tegen deze besluiten werden door de rechtbank Den Haag ongegrond verklaard. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte de uitspraak van 30 mei 2013 niet juist had geïnterpreteerd en dat de definitieve vaststelling te laat was vastgesteld.
De Raad van State overweegt dat uit de uitspraak van 30 mei 2013 blijkt dat appellante geen recht had op voorschotten over 2008 en 2009, waardoor haar betoog faalt. Ook het argument dat de definitieve vaststelling te laat is vastgesteld, wordt verworpen omdat de definitieve vaststelling niet afwijkt van het laatste voorschotbesluit. Daarnaast is het bezwaar tegen trage besluitvorming niet gegrond omdat de wet geen kwijtschelding toestaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dan ook de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.