ECLI:NL:RVS:2018:3307
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling verzocht de staatssecretaris om herziening van het besluit van 27 augustus 2003 waarin hem ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd verleend. Dit verzoek werd bij besluit van 26 oktober 2016 afgewezen en het bezwaar daarop ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de staatssecretaris ten onrechte geen gehoor had gegeven aan zijn verzoek om gehoord te worden, omdat hij documenten had overgelegd waaruit zijn Somalische nationaliteit zou blijken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het horen niet noodzakelijk was omdat de overgelegde documenten geen afbreuk deden aan eerdere taalanalyses over zijn herkomst. De staatssecretaris had terecht afgezien van het horen omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat de bezwaren niet tot een ander besluit zouden leiden. De grieven van de vreemdeling faalden en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 oktober 2018 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.